Huygens ING VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
Huygens ING
Den Haag
Schepen van de VOC

Vrachtruim Koebrugdek Overloopdek Verdek Stuurplecht Kajuit Half- of Kampanjedek Bovenkampanjedek Bakdek Galjoen Boegspriet Fokkemast Grote mast Bezaansmast Bovenkampanjedek

Het spiegelretourschip was het scheepstype dat de VOC het meest gebruikte voor de contacten met Azië. Een voorbeeld van een dergelijk schip is de hier weergegeven Batavia, waarvan in jaren ’80 in Lelystad een replica gebouwd is.

De term spiegelschip werd ontleend aan de boven- en onderspiegel aan de achterzijde (achtersteven) van het vaartuig. Deze schepen hadden een gemiddelde lengte van 40 meter en waren driemasters. De grote mast (13) in het midden van het schip en de fokkemast (12) voor op het bakdek waren vierkant getuigd, de bezaansmast (14) op het bovenkampanjedek was langscheeps getuigd. De boegspriet (11) kon, indien noodzakelijk, voorzien worden van twee extra zeilen. Onderin het schip bevond zich het vrachtruim (1). Hierin kon een koebrugdek (2) aangebracht worden. Het koebrugdek, dat niet in ieder schip aanwezig was, kon gebruikt worden om manschappen en/of specerijen te bergen. Op dit dek kon men nauwelijks rechtop staan; de afstand tot de balken en planken erboven bedroeg hooguit anderhalve meter. Het overloopdek (3) sloot het vrachtruim van boven af. Hier bevonden zich het kombuis en de bottelarij. Het overloopdek gold als belangrijkste verblijfplaats voor de bemanning en diende ook als geschutsdek voor de zwaardere kanons.

Aan de achterzijde van het schip was een verhoogd gedeelte: het bovenkampanjedek (8). Hieronder kon men de kapiteinshut, de officiershutten en de kajuit (6) vinden. Het bovenkampanjedek liep over in het half- of kampanjedek (7). In de tropen werd dit overspannen met doek om bescherming tegen de zon te geven. Het schip werd bestuurd vanaf de stuurplecht (5), aanvankelijk met behulp van een kolderstok en later met behulp van een stuurrad. De stuurplecht vormde de achterste begrenzing van het verdek (4). Aan de voorzijde werd het verdek begrensd door het bakdek (9). Dit verhoogde gedeelte van het schip werd eveneens als verblijfplaats voor de bemanning gebruikt. Het galjoen (10), het verstevigde uitgestoken gedeelte aan de boeg van het schip, dat meestal voorzien was van een prachtig ornament, bepaalde het karakteristieke vooraanzicht van een Oostindiëvaarder.

De gemiddelde bouwtijd van een spiegelretourschip op de werven van de VOC was 5 tot 8 maanden, de bouwkosten bedroegen zo’n f 90.000 - f 110.000. Hun laadvermogen was over twee eeuwen gemiddeld 800 ton. Een schip ging ongeveer 15 jaar mee.

Naast het spiegelretourschip werden door de VOC nog andere, meestal kleinere scheepstypes gebruikt, zoals de hoeker, het galjoot, het jacht, de pinas en het fluitschip.

Meer informatie over de schepen van de VOC is te vinden op de websites van de organisaties die replica’s hebben gebouwd, bijvoorbeeld van de Batavia in Lelystad www.bataviawerf.nl, het Nederlands Scheepvaartmuseum, www.scheepvaartmuseum.nl, dat de Amsterdam nabouwde, en van het Duyfken die eind april 2002, na een twaalf maanden durende zeiltocht vanuit Australië, in Nederland arriveerde www.duyfken.com.

Top