Huygens ING VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
Huygens ING
Den Haag
Belangrijkste handelsproducten

Suiker

Suikerriet, G.E. Rumphius, Amboinsche Kruidboek, Amsterdam 1747

Suikerriet, G.E. Rumphius, Amboinsche Kruidboek,
Amsterdam 1747, Boek VIII, tabula LXXIV

Wanneer hier van suiker wordt gesproken, dan wordt rietsuiker bedoeld. Dit product is afkomstig van suikerriet, een gewas dat eenmaal volwassen enige malen hoger is als een mens. Het wordt in tropische gebieden op goedbevloeide akkers verbouwd. Bij de oogst wordt het riet dicht bij de grond afgekapt. De rietstengels worden uitgeperst; het aldus verkregen sap wordt door het te koken ingedikt tot een stroperige substantie. Door het geleidelijk aan laten wegvloeien van de meest stroperige delen van de substantie, de zogenaamde melasse, houdt men droge klonten witte en bruine suikerkristallen over. De witte en bruine suiker wordt dan gescheiden en fijngestampt. Zij wordt in diverse kwaliteiten op de markt aangeboden.

Met suiker viel voor de VOC in Europa niet veel te verdienen. De reden was dat de Europese suikermarkt werd beheerst door de import uit de Nieuwe Wereld en de Aziatische suiker kon daar moeilijk tegen op. Dat de VOC er toch wat van naar Europa vervoerde had te maken met het feit, dat het een ideale ballast was om de stabiliteit van de schepen in het water mee te bevorderen. De soort waarin de VOC zich specialiseerde was poedersuiker. Aanvankelijk haalde de VOC haar suiker van Bengalen, Formosa en Batavia. Na het verlies van Formosa, in 1662 (kaart), bleven alleen Bengalen en Batavia als leveranciers over. Geleidelijk aan nam Batavia ook de positie van Bengalen over. De voorwaarden voor de productie waren in Batavia namelijk steeds gunstiger geworden (kaart). Rond 1680 had de VOC haar politieke tegenstanders op Java zodanig op afstand weten te zetten, dat het achterland van Batavia voldoende veilig werd geacht om er op grote schaal in de rietcultuur te investeren. Bovendien stroomden, na het opheffen van een verbod op overzeese migratie door het keizerlijk hof van China, veel Chinezen toe, die over voldoende kennis en kapitaal beschikten om suikermolens op te zetten. De eerste en tweede kwaliteit suiker waren de producenten verplicht aan de VOC te leveren, tegen een vastgestelde prijs. De derde kwaliteit kon men vrij verhandelen. Door de massale moord op Chinezen in 1740 ging de nijverheid in Batavia bijna ten onder. Zij herstelde zich echter, enerzijds omdat de VOC een groot deel van de afzet garandeerde en anderzijds doordat veel nieuwe bedrijven op onontgonnen gronden werden opgezet.

De aanvoer naar Europa vertoonde in de 17e en 18e eeuw sterke schommelingen, die verband hielden met de situatie in de productiegebieden in de Nieuwe Wereld. De markt binnen Azië daarentegen vertoonde de neiging te groeien. Omstreeks 1700 werd jaarlijks gemiddeld 0,5 miljoen pond naar Europa verscheept en zo'n 2,2 miljoen pond in Azië verkocht. Het meeste daarvan ging naar Perzië en Japan. Later in de 18e eeuw werden deze afzetgebieden in belang gepasseerd door Suratte en Malabar. Vanuit Suratte en Malabar werd de suiker door particuliere handelaren weer naar het Midden Oosten geëxporteerd. In de tweede helft van de 18e eeuw kocht de VOC jaarlijks zo'n 6 miljoen pond in Batavia in, waarvan 0,8 miljoen pond naar Europa ging. De inkoopprijs te Batavia was 6 à 7 cent per pond.

Top