Huygens ING VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
Huygens ING
Den Haag
Belangrijkste handelsproducten

Rijst

Berglandschap met rijstvelden, circa 1847

Berglandschap met rijstvelden,
circa 1847, tekening van J.D. van Herwerden, KITLV

Rijst is een graangewas, dat door de eeuwen heen voor veel volkeren als basisvoedsel heeft gediend en daarom op veel plaatsen in de tropen en subtropen verbouwd wordt. Het komt in zeer veel verschillende soorten en kwaliteiten voor. Het is een gewas dat op twee manieren geteeld kan worden, namelijk op relatief droge velden en op bevloeide stukken grond. Bij de laatste methode gaat het soms om natuurlijk bevloeide akkers, bijvoorbeeld door water van regen of moerassen, soms om waterbeheersing door middel van de aanleg van dijkjes, geulen, kanaaltjes en terrassen. In het geval van bevloeiing kan meerdere malen per jaar geoogst worden. In Oost- en Zuidoost-Azië is vanouds op grote schaal rijst op bevloeide terrassen verbouwd. Op Java en Bali worden de terrassen sawah's genoemd. Hier profiteert de landbouw ook van het feit dat de doorgaans vulkanische bodem er zeer vruchtbaar is.

Rijst was geen product voor de Europese markt. De VOC was er slechts in geïnteresseerd indien het als ruilobject voor andere handelswaar in Azië kon worden gebruikt en dat gebeurde zelden. In de loop van de tijd kon zij dit product wel gebruiken voor de voeding van haar eigen personeel, in het bijzonder voor de garnizoenen in haar steunpunten. Daar waar zich rond haar forten steden met een vrije bevolking ontwikkelden was vaak sprake van een levendige invoerhandel om de stedelingen te voeden. Zo werd Midden- en Oost-Java de 'graanschuur' voor Batavia (kaart). In de loop van de 17e eeuw stelde de VOC, door de toename van haar personeel, ook steeds meer belang in een regelmatige aanvoer van rijst. De kansen hierop stegen met de interventies in het rijk van Mataram in het laatste kwart van de 17e eeuw. Vanaf ongeveer 1700 nam de aanvoer van de VOC vanuit de geleidelijk van Mataram overgenomen kuststreken, door de VOC Java's Noordoostkust genoemd, toe, van praktisch niets tot een niveau van 17,5 miljoen pond omstreeks het midden van de 18e eeuw. Ieder 'regentschap', een soort provincie, was gehouden jaarlijks een 'contingent' rijst aan de VOC te leveren. Ongeveer één zesde hiervan werd gratis ontvangen, voor de overige vijf zesde werd ongeveer 1,5 cent per pond betaald aan de lokale bestuurders. Wat hiervan bij de boeren terecht kwam is onbekend. Het grootste deel van deze rijst werd, zoals gezegd, door personeel van de VOC, in Batavia en elders, geconsumeerd. In tijden van schaarste op de particuliere markt in Batavia trachtte de VOC soelaas te bieden aan de stedelijke bevolking door een gedeelte van haar voorraden te verkopen tegen een gereduceerd tarief.

De VOC verwierf rijst dus hoofdzakelijk langs 'tributaire' weg, dat wil zeggen de leverantie werd de bevolking van Java als 'schatting' of 'belasting'; opgelegd. Dergelijke regelingen, op veel kleinere schaal, bestonden ook elders, onder meer in Cheribon op West-Java, in Makassar en in de Minahasa, dat onder de Molukken ressorteerde.

Top