Huygens ING VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
Huygens ING
Den Haag
Belangrijkste handelsproducten

Peper

Peperplant, W. Marsden, History of Sumatra, London 1811

Peperplant, W. Marsden, History of Sumatra, London 1811, p. 129

Peper is een tropische klimplant die veel vocht, schaduw en een hoge temperatuur vraagt. Na de bloei ontwikkelen zich trossen van bessen die eerst groen, daarna rood en tenslotte zwart worden. Voor het verkrijgen van zwarte peper worden de trossen geplukt zodra enige bessen rood beginnen te worden. De trossen worden in de openlucht te drogen gelegd totdat de bessen zwart zijn. Vervolgens worden zij met de handen gewreven om de bessen van de stengel los te maken. Om schimmelen tegen te gaan worden de korrels gerookt. Een volwassen peperplant brengt jaarlijks een paar pond peper op. Voor het verkrijgen van witte peper worden alleen de rijpste rode bessen gebruikt. Deze worden in water geweekt en aan een gistingsproces onderworpen. Na enige dagen barst de huid open en komt de korrel te voorschijn. Vervolgens wordt deze in de zon gedroogd. De voorkeur voor zwarte of witte peper is en was een kwestie van smaak. In de 17e en 18e eeuw was witte peper duurder, omdat de productie meer aandacht vroeg. De VOC richtte zich met name op de zwarte variant.

In de Middeleeuwen was peper in Europa een zeer gewilde en tevens schaarse specerij. Peper kende vele toepassingen, zowel in de keuken als in de geneeskunde. In de 16e eeuw kwam het in ruimere mate voorhanden dankzij de Portugezen. De wens van de Nederlanders deze Indische waren zelf te gaan halen, was, einde 16e eeuw, één van de redenen voor het ontstaan van de VOC. Niet ten onrechte zijn peper en de VOC bijna synoniemen van elkaar. De productiegebieden van peper lagen her en der in Zuid- en Zuidoost-Azië. Belangrijk waren Malabar, praktisch geheel Sumatra en delen van Borneo en Java (kaart). Het was voor de VOC onmogelijk dit enorme gebied, met haar lange kustlijnen, te controleren. Een wereldwijd monopolie op de peperhandel zat er voor de VOC dan ook niet in. Alhoewel zij de voornaamste aanbieder was, moest zij met name in de Engelse East India Company een geduchte concurrent erkennen. In het begin van de 17e eeuw probeerde de VOC het grootste gedeelte van haar peper uit Bantam te betrekken. Door de grote concurrentie en de tegenwerking van de plaatselijke overheid kwam hier weinig van terecht. Eerst na 1680 kreeg de VOC, als gevolg van een militaire interventie, de peperproductie van Bantam in handen. De vorst van Bantam werd nu gedwongen alle peper tegen een vastgestelde prijs aan de VOC te leveren. Soortgelijke verdragen tot exclusieve leverantie bestonden ook in de gewesten Palembang, Malabar, Djambi en Bandjarmasin.

De peperkorrels namen in de 17e eeuw gemiddeld bijna één derde van de totale veilingopbrengsten in de Republiek voor hun rekening. In de 18e eeuw daalde dit tot ruim 10%. Met een jaarlijkse aanvoer van 3 tot 9 miljoen pond importeerde de VOC meer dan de helft van de Europese peperconsumptie. Door de grote aanvoer en de relatief lage prijs werd peper in Europa een algemeen gebruiksgoed. De peper werd ingekocht in Azië voor zo'n 10 tot 12 cent per pond en verkocht in Europa voor 30 tot 60 cent.

Top