Huygens ING VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
Huygens ING
Den Haag
Belangrijkste handelsproducten

Opium

Opium, J.A.B. Wiselius, De Opium, Den Haag 1866

Opium, J.A.B. Wiselius,
De Opium, Den Haag 1866, tegenover titelpagina

Opium is de naam voor het gestolde sap van de onrijpe zaaddozen van de papaver, dat door inkerving vrijkomt. Deze kleverige substantie wordt in kleine hoeveelheden gedroogd. In dit stadium spreekt men van ruwe opium. In de tijd van de VOC werd dit amphioen genoemd. Voordat dit product geconsumeerd kan worden, moet het worden opgelost in water, gezuiverd van vezels en andere verontreinigingen en ingedroogd tot een fijne pasta. Deze pasta wordt in zeer kleine hoeveelheden gerookt met tabak. De plant is al sinds mensenheugenis bekend, zelfs Homerus noemt hem in zijn Ilias. Opium wordt tegenwoordig gebruikt als geneesmiddel. Morfine, het belangrijkste bestanddeel, dient als slaapmiddel en pijnstiller. Zijn grootste bekendheid heeft opium echter vooral als genotmiddel, dat gebruikers gedurende enige tijd in een roes van welbehagen brengt.

De VOC betrok de ruwe opium uit Bengalen, tot op heden een belangrijk productiegebied (kaart). Het was niet bedoeld voor de Europese markt. Hoewel de VOC al vanaf het begin wat in opium handelde, werd het pas een product van belang, nadat de VOC het monopolie op de import van opium verwierf in het rijk van Mataram. Hiertoe behoorde ook het gebied dat later door de VOC Java's Noordoostkust werd genoemd. Opium was vanouds populair op Java en in VOC-kringen werd geloofd dat Javanen het ook nuttigden voor meer dapperheid in de oorlog en een beter geslachtsleven. De VOC vervoerde de Bengaalse opium naar Batavia, waar het in het openbaar geveild werd. De kopers waren meestal lokaal gevestigde Chinezen, die hun waar vervolgens onder licentie naar Mataram vervoerden. Door de kleine hoeveelheden en de hoge prijzen, bleek dit product echter uitermate geschikt om als smokkelwaar te dienen. Tot in de hoogste kringen in Batavia werd gesmokkeld. Om de smokkelhandel onder controle te krijgen, werd in 1745 te Batavia de Sociëteit tot de handel in Amphioen opgericht. Dit was een particuliere instelling: er waren 300 aandelen die praktisch allemaal in handen kwamen van hoge VOC-bestuurders. Zij kreeg het alleenrecht op de verkoop van opium in Batavia, maar moest dan wel verplicht een bepaalde hoeveelheid, tegen een vastgestelde prijs, van de VOC afnemen. Nadat de Engelsen omstreeks 1760 de politieke macht in Bengalen hadden overgenomen en de VOC vanaf 1773 zelfs gedwongen was van de Engelsen in te kopen, was het voor haar niet gemakkelijk aan de verplichtingen ten opzichte van de Sociëteit voldoen. Vanaf circa 1780 exporteerden particuliere Engelse koopvaarders uit India meer opium naar Zuidoost-Azië dan de VOC.

Tot omstreeks 1740 groeide de omzet van de VOC tot ongeveer 0,2 miljoen pond per jaar. Na de vestiging van het Engelse gezag in Bengalen liep dit terug tot minder dan 0,1 miljoen pond. De VOC kocht in Bengalen voor bijna 3 gulden per pond in. In de periode van de Sociëteit verkocht zij eerst voor tussen de 7 en 8 gulden per pond en later, in de tijd van schaarste, voor 9 gulden per pond.

Top