Huygens ING VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
Huygens ING
Den Haag
Belangrijkste handelsproducten

Koffie

Koffieboom, O. Dapper, Beschrijving van Asië, Amsterdam 1680

Koffieboom, O. Dapper, Beschrijving van Asië,
Amsterdam 1680, p. 62

Koffie als genotmiddel werd pas populair in de 16e en 17e eeuw, eerst in de islamitische wereld en daarna ook in Europa, waar de koffiehuizen als paddestoelen uit de grond schoten. Vanaf de 18e eeuw werd het in Europa in brede lagen van de samenleving geconsumeerd. De koffie komt van hoge bomen, die evenwel worden gesnoeid tot op het niveau van struiken, opdat de vruchten gemakkelijker geplukt kunnen worden. De vruchten zien er uit als een soort kersen, waarvan de pitten de feitelijke koffiebonen zijn. Na het plukken van de 'kersen' worden zij gedroogd en gestampt om hen te ontdoen van schil en pulp. Vóór consumptie moeten de bonen gebrand worden en vervolgens gemalen. Dat branden en malen geschiedde in de 17e en 18e eeuw in Europa zelf.

Koffie komt oorspronkelijk uit het gebied aan de zuidkant van de Rode Zee, met name uit Jemen. In de eerste helft van de 17e eeuw werd al koffie naar West-Europa vervoerd via de Middellandse Zee. Hoewel de VOC tamelijk vroeg, in 1616, kennismaakte met koffie als product, werd het pas na 1660 als interessante handelswaar beschouwd, omdat vanaf die tijd sprake was van koffieimport in de Republiek vanuit Frankrijk en Engeland. De Oost-Indische compagnieën uit die landen waren dan ook de voornaamste concurrenten in Mokka, de Jemenitische havenstad waar destijds de grootste koffiemarkt ter wereld te vinden was (kaart). De VOC had in die stad dan ook vele jaren een handelskantoor. Door de groeiende vraag uit Europa en de grote concurrentie, het handelsnetwerk via de Middellandse Zee bleef gewoon intact, stegen aan het eind van de 17e eeuw de inkoopprijzen in Mokka. Een ander minder gunstig aspect van de koffiehandel aldaar was, dat de koffie met duur zilver betaald moest worden. In VOC-kringen ging men daarom op zoek naar een alternatief voor Mokka.

Aan het eind van de 17e eeuw slaagden Nederlandse kooplieden er in enkele koffieplantjes uit Jemen mee te nemen, waarmee elders werd geëxperimenteerd. Vanaf 1707 werd de koffiecultuur geïntroduceerd in de berglanden van West-Java, de zogenaamde Preanger, die deels vanuit Batavia werden bestuurd en deels vanuit het VOC-gewest Cheribon. Mede door de hoge prijs die de producenten ontvingen sloeg de cultuur goed aan. De boeren werden via hun hoofden verplicht al hun koffie aan de VOC te leveren. Al spoedig overvleugelde bij de VOC het aanbod van Javakoffie dat van Mokka en werd er zelfs lange tijd gevreesd voor overproductie. De VOC reageerde hierop vanaf 1730 met verlaging van de inkoopprijs, het vaststellen van productieplafonds en strafkortingen op te hoog geachte leveranties. Vanaf 1760 werden de producenten echter weer aangemoedigd zo veel te leveren als zij konden. De inkoopprijs op Java daalde van circa 40 cent per pond vóór 1725 tot ongeveer 10 cent in de periode na 1730. In de Republiek werd Javakoffie tot 1730 voor ongeveer 1 gulden per pond verkocht, daarna voor zo'n 30 tot 60 cent. De productie liep op van zo'n 4 miljoen pond in het midden van de 18e eeuw tot 8 à 9 miljoen in de laatste decennia. Het succes van de Javakoffie leidde ertoe dat de handelspost in Mokka in 1739 definitief werd opgeheven.

Top