Huygens ING VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
Huygens ING
Den Haag
Belangrijkste gewesten overzee

Malabar

Overwinning bij Cochin, J. Nieuhof, Zee- en lantreize, Amsterdam 1682

Overwinning bij Cochin, J. Nieuhof, Zee- en lantreize, Amsterdam 1682, p. 124

Nadat de VOC in 1658 de Portugezen uit Ceylon had verdreven, richtte haar aandacht zich ook op de in Portugese handen zijnde delen van Malabar. Gevreesd werd dat de Portugezen deze gebieden als springplank zouden gebruiken om op Ceylon terug te keren. Behalve van strategisch belang was Malabar tevens interessant vanwege de productie van peper. Na vijf expedities wist Rijcklof van Goens in 1663 de verovering van Malabar af te ronden. De citadel van Cochin werd het hoofdkwartier van dit gewest. Daarnaast had de VOC op geregelde afstand langs de kust een aantal grotere en kleinere forten. In en rond deze vestigingen bevonden zich inheemse christenen, die ook onder het gezag van de VOC vielen. Het ging hier voornamelijk om door de Portugezen bekeerde katholieken. In tegenstelling tot wat er in Zuidoost-Azië en op Ceylon gebeurde, voerde de VOC hier geen actieve politiek om deze mensen tot het protestantisme te bekeren. Hun religie werd dus feitelijk getolereerd als er maar geen katholieke priesters van buiten kwamen.

Het gewest Malabar bestond dus voornamelijk uit steunpunten in een gebied dat verder verdeeld was onder diverse inheemse vorsten (kaart). De lokale vorsten beheersten de peperlanden in de heuvels. Met een aantal van deze vorsten sloot de VOC exclusieve leverantiecontracten. Gezien de geografische omstandigheden, een langgerekt kustgebied, konden individuele koopvaarders de monopoliecontracten echter gemakkelijk omzeilen. In de 17e eeuw waren de vorsten van Cochin en Calicut de belangrijkste lokale grootmachten. De VOC en Cochin waren bondgenoten. Met Calicut in het noorden waren de relaties gespannen. De VOC had met Calicut geen exclusief leverantiecontract en het was dan ook via deze haven, dat de Engelsen zich op het einde van de 17e eeuw een aandeel in de peperhandel verwierven.

De positie van de VOC in de peperhandel kwam in de eerste helft van de 18e eeuw in gevaar door de opkomst van het rijk van Travancore in het zuiden en midden van Malabar. Deze grootmacht beheerste spoedig een zeer groot deel van de aanvoer. Pogingen van de VOC om hem militair te stoppen, leidden schipbreuk. De bakens werden nu verzet en de VOC werd bondgenoot van Calicut. In 1766 verloor de VOC echter ook deze steunpilaar, toen de vorst van Mysore, uit het achterland van Malabar, Calicut veroverde. Van de Nederlandse peperhandel was aan het einde van de 18e eeuw dan ook weinig meer over.

Top