Huygens ING VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
Huygens ING
Den Haag
Belangrijkste gewesten overzee

Ceylon

Gezicht op Colombo, circa 1710

Gezicht op Colombo, circa 1710,
tekening van C. Steiger, Rijksmuseum

Het eiland Ceylon, strategisch gelegen ten zuiden van India, was omstreeks 1600 de belangrijkste producent van kaneel in de wereld (kaart). Het kustgebied was in handen van de Portugezen; het binnenland werd beheerst door de koning van Kandy. In 1637 verwierf deze de steun van de VOC in zijn strijd tegen de Portugezen, in ruil voor de belofte van het monopolie op de uitvoer van kaneel en olifanten. De Compagnie veroverde in 1640 Negombo en Galle. Kort daarop werd een wapenstilstand gesloten. In 1654 werd de strijd hervat. In 1656 werd Colombo veroverd, dat de residentie voor de gouverneur van Ceylon werd. In 1658 werd Jaffnapatnam in het noorden veroverd en werden de Portugezen definitief van het eiland verdreven. Het monopolie van de VOC op de wereldhandel in kaneel was daarmee veiliggesteld. De belangrijke havenstad Galle werd door de VOC vanaf 1664 gebruikt voor een rechtstreekse afscheep van kaneel naar de Republiek.

Ondanks het bondgenootschap was de relatie met de vorst van Kandy moeizaam. Nog tijdens de strijd tegen de Portugezen claimde de Kandische vorst de door de Nederlanders veroverde forten. De Compagnie weigerde dit, omdat zij van mening was dat de vorst eerst voldoende kaneel moest leveren als betaling voor de onkosten van de oorlog. Na een periode van relatieve rust volgden in de periode 1664 tot 1679 vijandelijkheden tussen de VOC en Kandy, waarbij eerstgenoemde aanvankelijk het gebied uitbreidde, maar na 1670 door een tegenoffensief weer een deel verloor. In 1679 werden de banden met de vorst hersteld, waarna de Nederlanders een gematigde politiek volgden ten aanzien van Kandy, in een poging de vrede te bewaren. Hierbij erkende de VOC de vorst als opperheer van het gehele eiland. Dit werd tot uitdrukking gebracht in een jaarlijkse hofreis. De vorst van Kandy kon de VOC nog altijd behoorlijk dwarsbomen, niet alleen omdat een deel van de kaneel in zijn landen geproduceerd werd, maar ook omdat de kaneelschillers in Compagnie's gebied hem gehoorzaamden. In de 18e eeuw ontstonden opnieuw spanningen tussen de VOC en de vorst, onder meer over de vrije handel tussen Ceylon en India. Dit mondde uit in een oorlog, die van 1760 tot 1766 duurde, en eindigde met een overwinning voor de VOC, waarbij Kandy alle rechten op de kuststreken aan de VOC moest overgeven.

De VOC had in het kustgebied van Ceylon forten in allerlei soorten en maten. De grootste daarvan waren de citadellen van Colombo, Galle en Jaffnapatnam. Vanuit deze plaatsen werd een omvangrijke inheemse bevolking bestuurd, dat wil zeggen Singalezen vanuit Colombo en Galle en Tamils vanuit Jaffnapatnam. Voor de komst van de Europeanen waren de Singalezen vooral het boeddhisme toegedaan en de Tamils het hindoeïsme. De VOC handhaafde in beginsel de inheemse bestuurstructuur en de inheemse rechtsspraak, voorzover aanwezig. Aan het hoofd van het bestuur stond nu een compagniesdienaar, die zich met de titel dessave tooide. Na de verovering werden er vanuit de Republiek predikanten gezonden om de katholieken onder de Singalezen en Tamils te bekeren tot het protestantisme. Hiertoe werden kerken en scholen gebouwd en werd religieuze literatuur vertaald in het Singalees en Tamil. Singalese en Tamil schoolmeesters vervulden bij de verbreiding van het protestantisme en de daarmee samenhangende alfabetisering een belangrijke rol. Ondanks de kerstening bleven velen trouw aan hun oorspronkelijke geloof. Vooral het koninkrijk Kandy was een voortdurende bron van inspiratie voor het boeddhisme.

Top