Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
VOC-Kenniscentrum
KITLV
Postbus 9515
2300 RA Leiden

Belangrijkste gewesten overzee

Batavia

Stadhuis van Batavia, circa 1770, aquarel van Johannes Rach, in J. de Loos-Haaxman, Johannes Rach, Batavia 1928

Stadhuis van Batavia, circa 1770, aquarel van Johannes Rach,
in J. de Loos-Haaxman, Johannes Rach, Batavia 1928, p. 31

Batavia was het zogenaamde rendez-vous, de centrale ontmoetingsplaats van de schepen van de VOC, c.q. het hoofdkwartier in Azië. Deze functie vervulde het sinds 1619. De VOC had hier al in 1610 een vestiging, die echter ondergeschikt was aan die te Bantam. Toen de vorst van Jakatra met steun van de Bantammers en de Engelsen de Nederlanders trachtte te verdrijven, sloeg Jan Pietersz Coen toe, veroverde de plaats en verdreef de vorst. Jakatra werd nu Batavia genoemd. De positie van Batavia was pas definitief veilig nadat het in 1628 en 1629 twee belegeringen van het Javaanse rijk van Mataram had doorstaan. Nadat in het midden van de 17e eeuw vrede was gesloten met Bantam en Mataram lag het achterland van Batavia open voor economische exploitatie (kaart).

Aanvankelijk bestond Batavia alleen uit de gelijknamige vesting van de VOC en de ommuurde stad. Naarmate de macht van de VOC groeide werden de Ommelanden onder haar heerschappij gebracht. Vanaf het einde van de 17e eeuw volgde ook het bergland ten zuiden van de Ommelanden tot aan de Indische Oceaan, de zogenaamde Preanger. In het kasteel Batavia resideerde de gouverneur-generaal en de Raad van Indië. In de omgeving van het kasteel vond men tevens de belangrijkste kantoren en pakhuizen van de VOC. In de stad trof men een ware smeltkroes van bevolkingsgroepen aan: Compagniesdienaren, andere Europeanen, mestiezen en Chinezen. Mestiezen waren de nakomelingen van Europese mannen en Aziatische vrouwen. In de nederzettingen buiten de muren woonden Javanen, Balinezen, Buginezen etc. Ongeveer de helft van de bevolking in de agglomeratie van Batavia bestond uit slaven. In de loop van de 17e eeuw werd de stad met haar grachten en mooie huizen ook wel de ‘Koningin van het Oosten’ genoemd. Vanaf 1733 nam de sterfte in de stad, met name onder het nieuw uit Europa aangekomen VOC-personeel, door malaria echter zulke schrikbarende vormen aan, dat men ging spreken van het ‘Kerkhof van het Oosten’.

Voor de kust van Batavia ankerden in de 17e en 18e eeuw de schepen van de VOC, zowel die van en naar Europa gingen als die welke ingeschakeld waren bij de vaart binnen Azië. Daarnaast ontwikkelde Batavia zich tot de belangrijkste stapelmarkt voor de handel in Zuidoost-Azië in het algemeen, vooral toen de VOC er in slaagde de Chinese jonkenhandel op de stad te richten. Het achterland van Batavia werd in de loop van de tijd economisch ook steeds belangrijker. Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw werd, mede dankzij de technische vaardigheid van migranten uit China, de productie van suiker in de Ommelanden belangrijk. Vanaf het begin van de 18e eeuw nam de productie van koffie in de Preanger een grote vlucht. Beide cultures beleefden zowel hoogte- als dieptepunten. Dit leidde soms tot ernstige consequenties in de economische en sociale sfeer. Tijdens één zo’n periode van neergang in de suikerproductie deed zich de Chinezenmoord van 1740 voor, waarvan vele duizenden onschuldige Chinezen het slachtoffer werden.

Top