Huygens ING VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
Huygens ING
Den Haag
Belangrijkste gewesten overzee

Banda

Fort Nassau, I. Commelin, Begin ende Voortgangh II, Amsterdam 1646

Fort Nassau, I. Commelin, Begin ende Voortgangh II, Amsterdam 1646, Voyagie Verhoeven, p. 51

Banda, bestaande uit de eilandjes Neira, Lontor, Ai, Run, Rosengain en de vulkaan Gunung Api, stond al vroeg in de belangstelling van de Nederlanders, omdat het het enige productiegebied van muskaatnoten en foelie ter wereld was (kaart). Pogingen om via het sluiten van exclusieve leverantiecontracten met de bevolking een monopolie op de uitvoer van deze producten te vestigen liepen op niets uit, omdat de Bandanezen zich op handelsgebied niet de wet wilden laten voorschrijven door de Nederlanders. De VOC was dan ook spoedig bereid haar monopoliestreven met het eventueel gebruik van militaire middelen kracht bij te zetten. Wat er nog van de goede relaties over was, werd volledig bedorven toen Bandanezen in 1609 tijdens onderhandelingen admiraal Pieter Verhoef vermoordden. In datzelfde jaar bezette de VOC het centrale eiland, Neira. In 1616 werd het eiland Ai veroverd en werd de bevolking daar weggejaagd. De grote slag volgde in 1621, toen een speciale expeditiemacht onder leiding van gouverneur-generaal Jan Pietersz Coen het grootste eiland, Lontor, veroverde. Voorzover de bevolking niet gesneuveld was of van honger omgekomen, vluchtte zij naar elders of werd zij gevangen genomen. Het aantal slachtoffers liep in de vele duizenden. De gevangenen zouden worden verbannen naar Batavia. Een deel van de gevangen leiders werd echter alsnog geëxecuteerd op verdenking van betrokkenheid bij een complot tegen de zegevierende Nederlanders. Ook de resterende eilanden werden nu bezet; hun belang voor de specerijcultuur was echter nihil.

Met de verovering van Lontor was het monopolie op de muskaatnoten en foelie veiliggesteld, maar door het verdwijnen van de Bandanezen was er echter niemand meer om de muskaatnootbomen te verzorgen en te oogsten. Om dit probleem op te lossen verpachtte de VOC de aanplant aan ex-werknemers of hun afstammelingen. Deze stukken land werden perken genoemd en hun huurders perkeniers. De perkeniers waren verplicht alle noten en foelie tegen een vastgestelde prijs aan de VOC te leveren. Het eigenlijke werk aan de bomen werd niet door de perkeniers zelf gedaan maar door slaven. In het prille begin zorgde de VOC zelf voor de aanvoer van slaven naar Banda, maar al spoedig liet zij de import aan de particuliere sector over. Meer dan de helft van de bevolking van het gewest bestond zodoende uit slaven.

Het hoofdkwartier van de VOC in Banda was het kasteel Nassau op het eiland Neira. Op de andere eilanden had de VOC een aantal grotere en kleinere vestingen. Onder dit gewest hoorden ook de diverse eilanden die enige honderden kilometers naar het zuidwesten en zuidoosten gelegen waren, zoals bijvoorbeeld Kisar, Damar en Kei. Particuliere handelaren uit Banda betrokken van deze eilanden vooral sago, waarmee de slaven werden gevoed. Banda zelf produceerde namelijk zelf nauwelijks voedsel van betekenis. De VOC controleerde met enige regelmaat of er zich op de Zuidooster en Zuidwester Eilanden geen muskaatnootbomen bevonden, want die dienden te worden uitgeroeid. Vanuit Banda ondernam Abel Tasman in 1644 zijn beroemde ontdekkingsreis, waarbij hij delen van Australië en Nieuw Zeeland verkende.

Top