Huygens ING VOC - Kenniscentrum




VOC - Kenniscentrum

Home
Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC
Kamers van de VOC
Schepen van de VOC
De VOC Overzee
Belangrijkste gewesten overzee
Belangrijkste handelsproducten
Detailkaarten
Thema's
Literatuur
Adressen
geen e-mail meer

 
Huygens ING
Den Haag
Belangrijkste gewesten overzee

Ambon

Rede van Ambon, J. Nieuhof, Zee- en lantreize, Amsterdam 1682

Rede van Ambon, J. Nieuhof,
Zee- en lantreize, Amsterdam 1682, p. 27

Het gewest Ambon, bestaande uit het gelijknamige eiland en de daaromheen liggende kleine en grotere eilanden, in het bijzonder Seram en Buru, was omstreeks 1600 een gebied, waar de productie van kruidnagelen begon te ontluiken (kaart). In 1605 wist Steven van der Haghen het door de Portugezen beheerste deel van deze eilanden voor de VOC in bezit te nemen. De Ambonese onderdanen van de Portugezen werden daarbij onderdanen van de VOC. In plaats van katholiek werden zij nu protestant. Met de islamitische Ambonezen, de tegenstanders van de Portugezen, kon de VOC het aanvankelijk goed vinden. In ruil voor militaire steun tegen de Portugezen waren deze zelfs bereid geweest al hun kruidnagelen aan de VOC te leveren. Spoedig ontstonden er echter problemen over deze exclusieve leverantie van kruidnagelen, omdat niet iedere producent bereid was tegen de door de VOC vastgestelde prijs te leveren. De Engelsen probeerden van deze situatie te profiteren, maar daar kwam een einde aan toen de VOC in 1623 korte metten maakte met een aantal personeelsleden van de Engelse compagnie, nadat zij van een complot tegen de VOC waren beschuldigd. Deze episode staat in de geschiedenis bekend las de 'Ambonse Moord. Gaandeweg kwamen er ook steeds meer gewapende conflicten met de islamitische Ambonezen, waarbij de protestantse onderdanen meestal vochten aan de zijde van de VOC. In het midden van de 17e eeuw werd deze strijd door de VOC in haar voordeel beslist. Daarbij vielen zeer veel slachtoffers.

Vanaf 1656 had de VOC het kruidnagelmonopolie stevig in handen. Zij beperkte daarbij de productie tot de eilanden Ambon, Haruku, Saparua en Nusalaut. De meerderheid van de bevolking was hier protestant. Op Buru, Seram en de andere eilanden werd de cultuur verboden en moesten alle kruidnagelbomen worden omgehakt. Vaak gebeurde dit met de hongi, een vloot van inheemse roeischepen. Elke groep van dorpen was gehouden ieder jaar ongeveer één maand een roeischip met opvarenden aan de VOC ter beschikking te stellen. Overal waar men kruidnagelbomen vermoedde, ging men dan aan land. Trof men kruidnagelbomen aan dan werden ze omgehakt.

De hoofdvestiging in Ambon was het kasteel Victoria in Ambon-stad. Daarnaast had de VOC op diverse punten kleinere forten. De inheemse bevolking werd bestuurd door haar eigen dorpshoofden. De belangrijksten daarvan werden door de VOC ingeschakeld bij de rechtsspraak in een zogenaamde landraad. Op deze manier hoopte men de inheemse bevolking enigszins volgens haar eigen rechtsnormen te kunnen beoordelen. Ten aanzien van de protestantse Ambonezen voelde de VOC zich ook religieus verantwoordelijk. Er kwam een heel systeem van christelijke dorpsscholen, bemand door Ambonese schoolmeesters, die met enige regelmaat door de VOC van maleistalige stichtelijke leermiddelen werden voorzien. Door deze politiek werd een groot deel van de bevolking gealfabetiseerd. In later tijd zou dit de christen-Ambonezen in het Nederlandse koloniale staatsapparaat een aanmerkelijke voorsprong op andere inheemse volken bezorgen.

Top